Een vanuit Diksmuide ingediend verzoekschrift over menstruatiearmoede en menstruatiewaardigheid is ontvankelijk verklaard door het Europees Parlement. Het gaat om verzoekschrift 0801/2026, “Sign for Her Europe – Waardigheid, Gezondheid en Gelijkheid”, ingediend door Diksmuideling Andy Vermaut, voorzitter van Fundamentele Grondrechtenorganisatie Postversa vzw.
"De Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement oordeelde dat het onderwerp binnen de werkterreinen van de Europese Unie valt. Het dossier werd bovendien doorgestuurd naar de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid, FEMM."
Met het verzoekschrift vraagt Vermaut meer aandacht voor de financiële en sociale gevolgen van menstruatiearmoede. Daarbij staat de vraag centraal hoe kan worden vermeden dat meisjes en vrouwen onvoldoende toegang hebben tot menstruatieproducten en daardoor problemen ondervinden op school, op het werk of in het dagelijkse leven.
“Menstruatieproducten zijn geen luxeproducten, maar basisproducten. Niemand zou om financiële redenen moeten moeten kiezen tussen noodzakelijke uitgaven en producten die essentieel zijn voor gezondheid en menselijke waardigheid”, zegt Vermaut.
Het antwoord van het Europees Parlement toont tegelijk de grenzen van de Europese bevoegdheden. Concrete maatregelen rond het gratis of goedkoper aanbieden van menstruatieproducten in bijvoorbeeld scholen, universiteiten, ziekenhuizen en andere openbare instellingen behoren volgens het Parlement grotendeels tot de verantwoordelijkheid van de lidstaten.
Europa heeft de voorbije jaren wel bijkomende mogelijkheden gecreëerd. Zo mogen lidstaten sinds april 2022 de btw op menstruatie hygiëneproducten verlagen tot nul procent. De Europese regelgeving maakt zo'n belastingverlaging mogelijk, maar verplicht de lidstaten daar niet toe.
Het Europees Parlement verwijst daarnaast naar de Europese strategie voor gendergelijkheid en naar onderzoek en beleidsdocumenten rond menstruatiearmoede, fiscale maatregelen en de toegankelijkheid van menstruatieproducten.
Hoewel de Commissie verzoekschriften heeft beslist het dossier zelf niet verder inhoudelijk te behandelen, vindt Vermaut dat de ontvankelijk verklaring een belangrijk signaal blijft.
“Europa erkent dat dit onderwerp binnen zijn werkterrein valt. Tegelijk wordt duidelijk dat ook België, Vlaanderen en de lokale besturen zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen. De discussie moet daarom niet stoppen in Brussel of Straatsburg. Ze moet net verdergaan in onze steden, gemeenten, scholen en andere publieke instellingen.”
Voor Vermaut is menstruatiearmoede niet uitsluitend een financieel probleem. “Het gaat ook over gezondheid, gelijke kansen, participatie en waardigheid. Wanneer iemand activiteiten, lessen of werk moet missen omdat noodzakelijke menstruatieproducten niet betaalbaar of beschikbaar zijn, ontstaat een vorm van uitsluiting die we als samenleving kunnen vermijden.”
Het vanuit Diksmuide gestarte dossier krijgt daarmee een vervolg op Europees niveau en opent tegelijk opnieuw het debat over welke bijkomende maatregelen in België en Vlaanderen mogelijk zijn om menstruatiearmoede terug te dringen.